December 2014

Als ouders veranderen verandert het kind mee…….

Dit vind ik een gerusttellende zin.  

Het kan zijn dat je je als ouder zorgen maakt om de stemming of het gedrag van je kind. Je wil het graag helpen, je probeert eens wat, het helpt even, maar het komt weer terug. dan vraag je je af of er meer aan de hand is. Misschien denk je wel aan diagnoses als adhd, depressie of autisme. Misschien verwerp je die gedachte weer omdat het niet geheel past, omdat het beeld wisselt, of zich niet in alle situaties en omgevingen toont. Voorop gesteld: er is iets aan de hand. Het kind toont iets. Dat doet het niet voor niets. Kinderen spiegelen, zoals bijv. druk worden als een van de ouders het druk heeft en dat ook uitstraalt. Maar het kan ook zijn dat kinderen thuissituaties of stemmingen gaan interpreteren en op zichzelf betrekken. Wie doet dat als volwassene niet af en toe? Kinderen net zo. Maar kinderen praten daar vaak nog niet over, omdat ze zelf nog te jong zijn om goed te begrijpen hoe dat gaat. Te jong om te beseffen hoe dat werkt: innerlijke aannames ontwikkelen.

Een praktijkvoorbeeld: Een kind is als babytje veel ziek geweest en groeit op. Ouders zijn trots maar nog zorgvuldig, verzorgend, wel loslatend, maar controlerend. Onbewust pakt het kind op dat het leven niet zonder gevaar is; de innerelijke aanname is: “ik kan het niet alleen, een ouder moet in de buurt zijn”. Het gedrag is angstig, het kind vraagt veel sturing en begeleiding.

Dat geeft uiteindelijk problemen bij de ouders; het kind is toch al oud genoeg om meer op haar eigen benen iets te ondernemen? Maar het wil niet, durft niet. Dat geeft weer zorgen, er is toch niet meer aan de hand? Het angstig gedrag neemt toe.

Het besef bij ouders dat datgene wat zij zelf uitstralen, opgepakt is door hun kind, die daar een eigen innerlijke overtuiging van maakt, wat telkens toch gevoed wordt, maakt bespreekbaar hoe de eigen gevoelens van de ouders zijn onstaan (de babytijd) en zich hebben ontwikkeld.

Nadenken over “wat is van mij en wat is van mijn kind?” geeft ruimte en begrenzing en een gefundeerde basis voor een nieuwe manier van omgaan met elkaar: uitstralen: ëen glimlach van vertrouwen, er wordt van jou gehouden” en “mijn kind, jij komt goed”.*

Na de eerste stappen komt het kind met steeds meer plezier los. Zij staat op zichzelf, durft op weg en komt telkens even naar je toe om haar verhalen te vertellen.

Als ouders veranderen, verandert het kind mee.

*bron: Paul van Vliet